Natuurwetten  |  Behoudswetten  |  Tijdverloop  |  Licht en Straling  |  Fluctuaties  |  Orion nevel  |  Sterrenbeeld Orion  |  
Ontstaan atmosfeer
Het Klimaat
Structuur v.d. Zon
Magnetisch veld Zon
Zonneactiviteit
Structuur v.d. Aarde
Aardmagnetisch veld
Plaattektoniek
Vulkanisme
Aarde-Maan systeem
Ontstaan v.h. leven
Evolutie dierenrijk
De eerste zoogdieren
Fotogalerij IJsland
De eerste zoogdieren en primaten

Tekening ontleend aan ('n ander) artikel in Museumkennis

Tekst grotendeels ontleend aan Wikipedia. 

Bekijk de afbeelding op ware grootteDe ligging van de continenten verschilde in het Paleogeen niet zo heel veel van tegenwoordig. India zou na het Paleogeen met Eurazië in botsing komen, waardoor de Himalaya zou ontstaan. Australië raakte los van Antarctica en zorgde ervoor dat het steeds meer in een geïsoleerde positie op de zuidpool kwam te liggen. Ten zuiden van Europa en West-Azië sloot langzaam de Tethysoceaan als gevolg van de noordwaartse beweging van Afrika, wat de Alpen en de Pyreneeën deed vormen.

Het Paleogeen (Tertiair) duurde van 65,5 tot 23,03 miljoen jaar geleden en is onderverdeeld in drie tijdvakken: Paleoceen, Eoceen en Oligoceen. Het is van wezenlijk belang het leven in de oplopende tijdvakken in verband te zien met de liggingen van de continenten en de wisselende klimatologische omstandigheden.  

Het Paleoceen duurde van 65,5 tot 55,8 miljoen jaar geleden. Het was een periode met een koeler klimaat dan het voorafgaande Krijt. Het leven herstelde zich van de Krijt-Paleogeen-massa-extinctie. Op het land waren de overlevenden van de catastrofe kleinere dieren die zich in holen of in het water konden verschuilen. Na het uitsterven van de dinosauriërs konden vooral zoogdieren zich snel ontwikkelen tot 'n dominante diersoort.Bekijk de afbeelding op ware grootte

Pugatorius is, naar men verondersteld de eerste primaat, leefde 65 miljoen   jaar geleden. Je zou niet vermoeden dat dit diertje zich geëvolueerd heeft tot de eerste aapachtigen., misschien enkel te zien aan z'n lange staart. Vijftien miljoen jaar later verschijnt de primaat Notharctus als boombewoner.Bekijk de afbeelding op ware grootte 

 

 

 

Aan het einde van het Paleoceen zou de temperatuur wereldwijd verder stijgen, een trend die in het Eoceen zou doorzetten. Het Paleoceen werd afgesloten met een plotselinge korte stijging van de wereldwijde temperatuur, een gebeurtenis die Paleocene–Eocene Thermal Maximum wordt genoemd en in de belangstelling van klimatologen staat omdat er mogelijk voorspellingen over de huidige opwarming van de Aarde mee gedaan kunnen worden.Bekijk de afbeelding op ware grootteBekijk de afbeelding op ware grootte Ook zonder het PETM was het Vroeg-Eoceen al één van de warmste periodes uit de aardse geschiedenis. Ook was het klimaat erg gelijkmatig verdeeld.

 

Het Eoceen was een tijdperk met een uitgesproken warm en nat klimaat. Het vroegste deel van het Eoceen had zelfs het warmste klimaat van de afgelopen 100 miljoen jaar. Later in het Eoceen trad enige temperatuurdaling op, maar tot op hoge breedtegraad bleven er tropische temperaturen heersen. Boven de poolcirkel heerste een gematigd klimaat en groeide loofbos. De diversificatie van zoogdieren en vogels, die tijdens het Paleoceen begonnen was, ging tijdens het Eoceen door. Onder de planten verschenen de eerste moderne grassen. Tijdens het Eoceen bewogen Antarctica en Australië steeds verder uit elkaar, waardoor Antarctica geïsoleerd op de zuidpool kwam te liggen. Daardoor kon de zeestroming in oostelijke richting rondom dit continent de zogenaamde Circum-Antarctische zeestroming ontstaan.

Tijdens het Paleoceen had snelle radiatie (manier waarop een soort kan evolueren) onder de zoogdieren plaatsgevonden. Behalve veel nieuwe groepen waren ook grotere vormen dan ooit tevoren verschenen. In het Eoceen ging deze diversificatie door en specialiseerden veel soorten zich ten opzichte van de "primitieve" Paleocene soorten. Een soortgelijke diversificatie vond plaats onder vogels, bloeiende planten, insecten en andere groepen. Opvallend is dat de vertegenwoordigers van veel groepen onder de zoogdieren in het Eoceen kleiner waren dan zowel hun Paleocene voorouders als hun opvolgers in het Oligoceen. Het is mogelijk dat kleine soorten in het warme klimaat van het Eoceen een evolutionair voordeel hadden.Bekijk de afbeelding op ware grootte

Hyracotherium is het oudste bekende geslacht onder de paardachtigen (Paleoceen tot Vroeg-Eoceen). Het diertje was ongeveer 20 cm hoog en 30 cm lang.

In het Vroeg-Eoceen verschenen de evenhoevigen en aan het begin van het Oligoceen waren deze al uitgesplitst in de moderne drie sub-orden: kameelachtigen, varkens en herkauwers. In het Laat-Eoceen verschenen ook de eerste slurfdieren en neushoorns. Ook de knaagdieren, voor het eerst verschenen in het Paleoceen, diversificeerden zich tijdens het Eoceen verder.Bekijk de afbeelding op ware grootte

Het kleinst bekende zoogdier dat ooit geleefd heeft, de op een spitsmuis lijkende Batodonoides, leefde rond 53 miljoen jaar geleden.

Aan het einde van het Eoceen verschenen de eerste (moderne) roofdieren en de voorlopers van zowel moderne katachtigen en hondachtigen. 

Een bijzondere ontwikkeling was het ontstaan van de eerste walvissen uit Mesonychia. Deze evolutie is vrij goed bekend vanwege vele fossielen van verschillende tussenvormen die in het Onder- en Midden-Eoceen van Pakistan gevonden zijn. De oudste voorouders van de walvissen zijn de Pakicetidae,Bekijk de afbeelding op ware grootte op het land levende roofdieren. Enkele miljoenen jaren later hebben bepaalde soorten, zoals Ambulocetus, een amfibische levenstijl aangenomen. De stand van hun poten is al meer gericht op zwemmen dan op Bekijk de afbeelding op ware groottevoortbewegen op het land. De volgende stap is gevonden in de vorm van de Protocetidae, die misschien al vinnen hadden. Ongeveer rond 45 miljoen jaar geleden verschenen de eerste Bekijk de afbeelding op ware groottecompleet mariene walvissen, de BasilosauridaeBekijk de afbeelding op ware grootte Bekijk de afbeelding op ware grootte

 

Het leven in zee

In het Eoceen was de snelheid waarmee nieuwe oceanische korst werd gevormd bij de mid-oceanische ruggen groter dan tegenwoordig het geval is. Het gevolg hiervan was dat in het Eoceen de concentratie calcium ten opzichte van de concentratie magnesium in het zeewater hoger was. Dit maakte het mineraal calciet relatief stabiel. Aan het einde van het Eoceen veranderde het zeewater geleidelijk naar een magnesiumrijkere samenstelling, waarin het mineraal aragoniet relatief stabiel is. Waarschijnlijk vormt dit de reden, dat het Eoceen het laatste tijdperk was waarin grote hoeveelheden krijtgesteente gevormd werden. Dit gesteente is opgebouwd uit fossielen van zogenaamd "nannoplankton", plankton tussen twee honderdste en twee duizendste millimeter, die hun skeletjes uit calciet opbouwen. Aan de andere kant zorgde de hogere concentratie magnesium voor het opbloeien van de koralen en koraalriffen in het Oligoceen. Koralen bouwen hun skelet juist op uit aragoniet.

Haaien ondergingen in het Eoceen een grote diversiteit (verscheidenheid). Eén van de grootste soorten haaien was de al in het Paleoceen verschenen Otodus obliquusBekijk de afbeelding op ware grootte, die negen meter lang kon worden en zich voedde met vissen, zeezoogdieren en andere haaien. 

 

 

 

Overgang naar het Oligoceen

Ongeveer 33,9 miljoen jaar geleden vond een drastische verandering plaats in de fauna van Europa: een massa-extinctie die de grande coupure genoemd wordt en de overgang tussen het Eoceen en Oligoceen vormt. Een soortgelijke gebeurtenis vond tegelijkertijd in Azië plaats. Soorten uit Azië kregen, waarschijnlijk dankzij het ontstaan van een landbrug door de Turgaistraat, de kans naar Europa te migreren en andersom. Dit zorgde voor een massa-extinctie maar ook vorming van nieuwe soorten.

Tegelijkertijd kwam de al eerder genoemde Circum-Antarctische zeestroming in de zuidelijke oceanen goed op gang door het uit elkaar bewegen van Zuid-Amerika en Antarctica, waardoor Antarctica verder afkoelde en zich een permanente ijskap op de zuidpool begon te vormen. De vorming van deze ijskap zorgde voor een wereldwijde daling van het zeeniveau en het toenemen van het lichtweerkaatsend vermogen van de Aarde, waardoor het klimaat wereldwijd verder afkoelde.

De klimaatverandering en (in Eurazië) de komst van nieuwkomers zorgde voor een snelle evolutionaire ontwikkeling. Soorten die zich niet konden aanpassen aan de nieuwe omstandigheden stierven uit, andere soorten pasten zich aan en hadden andere eigenschappen dan hun Eocene voorouders. Bekijk de afbeelding op ware grootte

Het Oligoceen, dat duurde van 33,9 tot 23,03 miljoen jaar geleden, was een tijdperk met een relatief koel klimaat. De afkoeling van het klimaat, die halverwege het Eoceen begonnen was, versnelde namelijk door het ontstaan van de Circum-Antarctische zeestroming rond AntarcticaBekijk de afbeelding op ware grootte. Het volgende artikel uit NGV-Geonieuws geeft hier echter meer duidelijkheid over: 503 "Ontstaan Antarctic Circumpolar  Current was geen oorzaak van afkoeling".

 

Er had zich inmiddels een ijskap op Antarctica gevormd en de bossen die de continenten bedekten maakten plaats voor open grasland. Dit beïnvloedde de evolutie van zoogdieren: er verschenen steeds grotere grazende planteneters, met name onder de evenhoevigen. Een andere groep die sterk opkwam waren de insecten. Onder de primaten verschenen de eerste soorten die op moderne apen leken! Aan het begin van het Oligoceen verdwenen de loofbossen uit de poolstreken en op gematigde breedte maakten de tropische bossen plaats voor gematigd loofbos en naaldbos. Nog niet door gletsjers bedekte delen van Antarctica waren bedekt met toendra. Het in stappen sluiten van de Tethysoceaan tussen Eurazië in het noorden en Afrika en India in het zuiden zorgde voor de vorming van onder andere de AlpenBekijk de afbeelding op ware grootte, Pyreneeën en Himalaya Bekijk de afbeelding op ware grootteBekijk de afbeelding op ware grootte(samen de Alpiene orogenese genoemd). 

 

 

 

In de evolutionaire geschiedenis van de primaten kan zo'n 60 miljoen jaar worden teruggegaan. De primaten vormen een van de oudste overlevende zoogdiergroepen. De meeste paleontologen denken dat de primaten een gemeenschappelijke voorouder hebben met de vleermuizen, een andere zeer oude lijn, en dat deze voorouder samen leefde met de laatste dinosauriërs gedurende het late Krijt.

De oudst bekende primaten komen uit Noord-Amerika, maar ze kwamen ook wijdverspreid voor in Eurazië en Afrika gedurende de tropische omstandigheden in het Paleoceen en Eoceen. De primaten stierven met de komst van de tegenwoordige klimaten, dat gekenmerkt werd door de vorming van het eerste Antarctische ijs in het vroege Oligoceen, bijna overal uit met uitzondering van Afrika en Zuid-Azië. Dit vond ongeveer 40 miljoen jaar geleden plaats. Uit deze overlevende tropische populatie kwamen alle levende primaten voort, te weten de:Bekijk de afbeelding op ware grootteBekijk de afbeelding op ware grootteBekijk de afbeelding op ware grootte





Powered by CenterALL & Hosted by SarrCom.com